Tips 

Behangtips

De voorbereiding
Kijk of het oude behang goed vast zit of verwijder het voor een mooier resultaat.
Handige hulpjes hierbij zijn behangperforator, -afweekmiddel en -afsteker.
Vul alle gaatjes en scheurtjes en schuur oneffenheden glad. Controleer of alle rollen hetzelfde serienummer hebben. Meet hoe lang de banen moeten zijn en knip het aantal benodigde banen dat je nodig hebt 5 ŕ 10 cm. langer af. Let erop dat het patroon aansluit voordat je de behangschaar in het behang zet. Smeer de banen in met behanglijm en lijmkwast. Vanuit het midden naar de zijkanten. Sla het behang aan boven- en onderzijde dubbel, om het plaksel in te laten trekken, en rol op. Doe dit met 3 banen.


Loodlijn maken
Behang moet wel recht op de wand. Teken daarom met potlood en behulp van een touwtje met daaraan een zwaar voorwerp een kaarsrechte startlijn 50 cm. vanuit de hoek op de wand waarlangs je de eerste baan plakt. De rest volgt vanzelf. Wil je de banen horizontaal plakken, bijvoorbeeld van brede liggende strepen, teken dan een horizontale startlijn met behulp van een waterpas en een lange rechte lineaal.


Het plakken
Plak de bovenste helft van baan 1 precies tegen de loodlijn. Laat aan de bovenkant 2 cm uitsteken, die knip je later af. Wrijf met de behangspatel of de behangborstel het behang tegen de wand, vanuit het midden naar de zijkanten. Zo 'masseer' je de luchtbelletjes onder het behang weg. Wrijf de onderste helft van het behang op dezelde manier vast. Ga nu door met de volgende banen. Plak de banen tegen - en niet over- elkaar. Snij overtollig behang langs plafond en plint weg met een vlijmscherp breekmesje en behanglineaal.


Om het hoekje
Bij een uitwendige hoek kan je gewoon om de hoek heen plakken. Bij een inwendige hoek druk je het behang in de hoek goed aan met een behanglineaal. Wel de baan 2 cm breder knippen, zodat dit net door de hoek gaat. De baan op de volgende muur ook met een oversteek van 2 cm door de hoek heen plakken. Vervolgens snij je, precies in de hoek, beide 'oversteken' tegelijk door.


Vliesbehang
Wanneer je voor vliesbehang hebt gekozen smeer je niet de banen maar de muur in met plaksel. Doe dit met een rolborstel. Dan plak je de droge, op maat gesneden banen op de ingelijmde wand. Beetje schuiven, even aandrukken, reststukken afsnijden en klaar!

Verftips

Spelen met kleur
Warme en donkere kleuren komen op je af, waardoor een ruimte kleiner en intiemer lijkt. Met koele en lichte kleuren bereik je het tegenovergestelde.
Een smalle gang in lichte tinten lijkt dus breder.
Een lange gang maak je ‘optisch’ korter door de achterwand een warme of donkere kleur te geven.

Een kamer lijkt hoger als je de wanden een kleur geeft en het plafond schildert in wit of een veel lichtere tint dan de wanden. Wanneer je het plafond in een donker kleur schildert lijkt de kamer veel lager dan hij in werkelijkheid is.

Stof en vuil
Maak, voordat je een verfblik opent, de rand ervan stof- en vuil- vrij. Komt er toch iets in het blik terecht, giet de verf dan over in een schoon blik, met een nylonkous als zeef.

Vriesvak
Om te voorkomen dat je kwast hard wordt kan je de kwast na het schilderen in folie wikkelen en hem in het vriesvak leggen.